Bodem

Image
Bodem
Foto: Elsbeth Neyens

Planten stellen eisen aan de standplaats. Als ze niet op de juiste plaats staan, groeien ze niet goed. Ken je de standplaats, dan kun je in functie daarvan planten kiezen. Een mooie tuin is overal mogelijk maar elk bodemtype heeft een eigen plantengroei.

Soorten bodemtypes

Een bodem bestaat uit drie belangrijke bestanddelen: mineraal materiaal, organisch materiaal en bodemleven. In de holtes zit water en lucht.

  • Het minerale materiaal verschilt van streek tot streek en hangt af van de ondergrond.
  • Het organische materiaal in de bodem vertelt iets over de plantengroei boven de grond.
  • In een gezonde bodem breekt het bodemleven het organische materiaal af. Een bodem rijk aan organisch materiaal heeft een donkere kleur.

Het minerale materiaal bepaalt het bodemtype. Er zijn klei-, leem-, zand-leem- en zandbodems. Het verschil schuilt in de grootte van de deeltjes of korrels.

  • Kleibodem is een bodem die vooral uit kleideeltjes is opgebouwd
  • Zandbodem is een bodem die vooral uit zanddeeltjes is opgebouwd
  • Leembodem is een bodem die vooral uit leemdeeltjes is opgebouwd
  • Zand-leembodem is een bodem met evenveel zand- als leemdeeltjes

Een veenbodem is een bodemtype dat vooral bepaald wordt door het gehalte aan organisch materiaal. Veenbodems ontstaan in moerassig gebied waar planten heel traag afbreken. In water zit maar weinig zuurstof. Door dat anaerobe milieu worden de plantenresten niet afgebroken. Ze blijven heel lang herkenbaar als blad, tak of boomstam. Veenbodems vind je vooral in Nederland, bijna niet in België.

Bepaal zelf jouw bodemtype

Met een kneedproef kun je eenvoudig het bodemtype van jouw tuin bepalen. Neem wat grond in handen en maak hem vochtig; de grond mag net niet aan jouw vingers plakken. De vorm die je aan het natte materiaal kunt geven, zegt met welk bodemtype je te maken hebt. Begin bij vorm 1 en zie hoe ver je geraakt. Kom je bijv. uit bij vorm 5, dan heb je een leembodem. Deze informatie is belangrijk voor je plantenkeuze.

  • Vorm 1 bergje: zand
  • Vorm 2 dropje (‘bergje’ waar je wat ‘model’ in kunt brengen): leemachtig zand
  • Vorm 3 rolletje (ongeveer 10 cm lang) met scheuren: zand-leem
  • Vorm 4 rolletje (ongeveer 10 cm lang) zonder scheuren: leem
  • Vorm 5 hoefijzer met scheuren: kleiachtig leem
  • Vorm 6 hoefijzer zonder scheuren: leemachtige klei
  • Vorm 7 cirkel: klei
Image
Zand
Zand
Image
Zandleem
Zand-leem
Image
Leem
Leem
Image
Klei
Klei