Vochtigheid

Image
Vochtigheid
Foto: François De Heel

In België en Nederland gaat regen meestal gepaard met westenwind. Een helling of een muur die op het westen is gericht, krijgt meer regen dan een helling of een muur aan de oostkant. De bodem aan de westelijk georiënteerde helling of muur zal dus natter zijn.

Ook het reliëf van het terrein kan tot vochtverschillen in de bodem leiden. Een van nature hoger gelegen stuk grond in jouw tuin zal vaak droger zijn dan lagergelegen grond.

Op zwaardere gronden moet je goed kijken naar de waterdoorlatendheid van jouw bodem. Doe een putproef. Je kunt een onderscheid maken tussen droge grond, matig vochthoudende grond, vochthoudende grond en wisselnatte grond van oevers.

Putproef

De doorlatendheid van de bodem in jouw tuin hangt af van het bodemtype, de mate van verdichting en de hoogte van de grondwaterstand. Een putproef voer je bij voorkeur uit in maart, dan is het niveau van de grondwatertafel op zijn hoogst, na de winterperiode met veel neerslag en weinig verdamping. In september is het niveau op zijn laagst, na de zomer met veel verdamping. Een infiltratiezone ligt altijd boven het niveau van de grondwatertafel.

  • Graaf een gat van 30 cm x 30 cm x 30 cm, met vlakke bodem.
  • Giet een emmer water in het gat om de bodem verzadigd vochtig te maken.
  • Wacht een halve tot hele dag. Eventueel moet je dat enkele keren herhalen om de bodem te verzadigen met water.
  • Plaats in het gat een meetstok om het waterpeil op te meten.
  • Giet een emmer water (10 l) in het gat. Het water zal ongeveer 10 cm hoog staan.
  • Meet de tijd die nodig is voor het water 10 cm gezakt is of voor het gat leeg is.

Leeglooptijd - doorlaatbaarheid - infiltratie

  • < 20 minuten - zeer goed - zeer geschikt
  • 20 min tot 1,5 uur - goed - geschikt
  • 1,5 tot 4,5 uur - matig - geschikt
  • 4,5 uur - slecht - minder geschikt voor infiltratie